De monumentale hofjes van de Koninklijke Haagse Woningvereniging van 1854 vertellen een bijzonder verhaal over de sociale woningbouw in Den Haag. In de 19e eeuw woonden veel arbeidersgezinnen in kleine, ongezonde huizen. Om hun leefomstandigheden te verbeteren, bouwde de Vereniging vanaf 1855 op verschillende plekken in de stad goede, betaalbare woningen.
Tegenwoordig bezit de Vereniging vier historische hofjes. Hof Schuddegeest en de Paramaribohof bouwde zij zelf. De hofjes aan de Badhuisstraat en de Schelpstraat werden gefinancierd uit de nalatenschap van Dirk en Johanna Antonia Lammers en kwamen later in het bezit van de Vereniging.
Alle vier de hofjes zijn inmiddels rijks- of gemeentelijk monument. Waar vroeger gezinnen woonden, bieden ze nu vooral onderdak aan alleenstaanden. De Vereniging behoudt hun historische karakter en zorgt ervoor dat de woningen blijven voldoen aan de woonbehoeften van vandaag.



